-Wie ben je en waar kom je vandaan?
Nathan Sprey, 31 jaar oud, vader van Mart (2) en Hanne (0) en man van Miriam. Ik ben getogen in Tietjerk en woon inmiddels alweer een kleine tien jaar in Burgum. In het dagelijks leven ben ik werkzaam als docent Journalistiek op het ROC Firda in Drachten en daarnaast freelance journalist, voor onder meer Voetbal International.
-Hoe ben je in de korfbalwereld terechtgekomen?
Mijn zus Ruth en broer Aram korfbalden bij KC Tietjerk en daar ben ik zo heel natuurlijk ingerold. Mijn ouders overigens helemaal niet – die heb ik sowieso op weinig balgevoel kunnen betrappen, dus dat was wel opmerkelijk. Mijn broer en zus hebben ook allebei nog wel raakvlakken met de korfbalwereld, bij Fiks (Aram) en KCC (Ruth).
-Wat heb je hiervoor gedaan als trainer en/of speler?
Ik heb mijn hele leven bij KF De Wâlden (en daarvoor zowel bij DFD als Tietjerk, waaruit de club is ontstaan) gespeeld. Vanaf de senioren heb ik eigenlijk altijd een beetje tussen het eerste en tweede ingehangen. Heel vaak in twee, maar ook regelmatig in het eerste. Ik maakte in elk geval vaak veel minuten. 😉
Als trainer heb ik van jongs af aan al jeugdteams getraind bij KF De Wâlden. Twee keer een lichting vier seizoenen en tussendoor nog wat losse groepen en Friesland Onder 16-jaar. Toen mijn laatste lichting jeugd naar de senioren moest, ben ik gestopt om ruimte te maken in de selectie. Ik vond het zonde als ik ze zou opleiden voor het derde en ze daardoor de club zouden verlaten.
Toen ben ik aangesloten bij de A-selectie als assistent-coach van het eerste en tweede van KF De Wâlden. Hartstikke leuk, maar ik miste de trainingstijd om echt met de groep aan het werk te kunnen gaan. Dus was aanvankelijk het plan om terug te gaan naar de jeugd, maar toen belden er meerdere verenigingen of ik hoofdtrainer wilde worden.
Omdat ik net vader was geworden van Mart zou ik even een jaartje rustig aan doen, maar toen kwam De Granaet voor vlak de zomer terug of ik niet tóch wilde instappen, omdat ze het gesprek zo goed vonden – en ongetwijfeld omdat de vacature nog open stond. Toen ben ik ingestapt en daar heb ik geen moment spijt van gehad. We zijn in twee seizoenen gepromoveerd van de tweede klasse naar de overgangsklasse (op het veld), en gehandhaafd. En in de zaal werden we ongeslagen kampioen en handhaafden we in de eerste klasse een jaar later ook. Een fantastische tijd met een geweldig fijne groep.
-Wat sprak je aan in onze club en in de functie van hoofdtrainer?
Allereerst de speelwijze. De allereerste wedstrijd van Kinea/Udiros in de samenwerking was tegen De Wâlden, waar ik toen assistent-coach was. Toen al vond ik dat de spelopvatting echt mooi was om te zien. Afgelopen seizoen was dat opnieuw geval toen ik tegenover Kinea/Udiros stond, ook bij het tweede echt leuk om te zien.
Vijf dagen nadat ik bij De Granaet bekend had gemaakt om te stoppen belde Michiel op mijn verjaardag met de vraag of ik eventueel interesse had om zijn opvolger te worden. Mede door die spelopvatting zijn we gaan praten en de ideeën en waarden die de club heeft bij de samenwerking, spraken me erg aan.
Anderzijds waren de resultaten erg goed en zijn er grote schoenen om te vullen, maar omdat de selectie en staf vrijwel volledig in tact bleven, durfde ik het aan. Doorbouwen op die goede basis en hopelijk ook weer veel leren van nieuwe mensen binnen een nieuwe club.
En tsja, de functie van hoofdtrainer. Ik was niet per se op zoek om weer ergens hoofdtrainer te worden. Jeugdtrainer vind ik ook echt ontzettend mooi, meer de nadruk op progressie. Maar als je iets teweeg kunt brengen binnen een club en heel veel mensen ergens in meekrijgt, is dat natuurlijk ook echt gaaf. Het is alleen geen voorwaarde om iets te gaan doen.
-Hoe zou je jouw manier van trainen en coachen omschrijven?
Plezier, progressie, prestatie. In die volgorde. Als die eerste twee P’s er zijn, komt die laatste vanzelf.
Qua trainen vind ik enerzijds het doen heel fijn. Dus heel vaak schieten, heel vaak de bal hebben, heel veel partijvormen spelen. Maar tactische elementen horen er ook zeker bij. Dat is niet altijd het leukste, maar als je dat in de beginfase goed neerzet, heb je daar een heel seizoen belang bij in alle (partij)vormen die je doet. Dat aangevuld met individuele training per persoon, per duo, per vak en met beelden.
Als coach ben ik altijd goed voorbereid op de tegenstander. Ik probeer in de huid van de tegenstander te kruipen door te kijken wat zij gaan doen en wat wij daarop moeten gaan doen. Ik geloof heel erg in een vaste manier van spelen met vaste afspraken en vaste elementen, maar dat je altijd ook kijkt wat je verdedigend moet afstemmen op de tegenstanders en kijkt waar de ruimte aanvallend ligt. Dan heb je Plan A je eigen spel, Plan B waar de ruimte ligt in het spel van de tegenstander en Plan C hun zwakste verdedigers uitspelen in de 1vs1. Dan zou de bal een keer goed moeten vallen, toch? ;-)
-Wat vind jij belangrijk binnen een team?
Gelijkwaardigheid. Iedereen moet kunnen en durven schieten. Iedereen moet zijn of haar zegje kunnen doen, als diegene dat wil. Op een eerlijke, respectvolle manier. Maar ook dat je positief blijft. Juist als dat moeilijk is. Natuurlijk mag je soms best even van je afbijten of emoties hebben, dat hoort bij sport. Maar uiteindelijk moet iedereen hetzelfde willen en dat op een constructieve manier doen.
En vertrouwen hebben. Dat kun je niet creëren door het te zeggen, maar door het te laten voelen. Dat is als coach de uitdaging om dat te behouden.
-Waar kijk je het meest naar uit komend seizoen?
Onderdeel te worden van de club. Bij de eerste oefenwedstrijd op een maandagavond stond het veld vol mensen bij het eerste, tweede en derde. Dat is fantastisch. Die mensen wil je wat bieden in spel, variatie, uitstraling. Daar wil ik graag onderdeel van worden, door meer te doen en te kijken dan de selectie alleen.
Dat is soms best lastig met allerlei andere dingen die je doet, maar is voor mij essentieel bij een vereniging. De man die de velden onderhoudt is bij een club net zo belangrijk als de vrouw die de goals maakt. Een vereniging ben je samen. Ook in de derde helft. Onderdeel worden van de club en kijken of we een stap kunnen maken en plezier maken met elkaar.
-Wat hoop je de komende tijd samen met de spelers te bereiken?
Poeh, ontzettend lastig. Als je kijkt naar het eerste, is de poule in zowel de zaal als het veld echt wel serieus zwaar. Dat is een geweldige uitdaging, maar we gaan ook moeilijke momenten hebben. Voor twee is dat niet anders na de promotie in de zaal. En bij 3 zitten er ook weer een paar zware opponenten bij.
Dus ik hoop vooral te bereiken dat we een eenheid blijven, met een frivole manier van het korfbalspel en dat we als staf de spelers individueel beter kunnen maken. En dat ze mede daardoor als team beter functioneren. En of dat uiteindelijk resulteert in de derde plek of tweede plek of misschien hoger of lager, hangt van zoveel factoren af. Maar het leuk hebben met elkaar, plezier, beter worden, progressie, daar hoop ik op. En de prestatie komt dan vanzelf. Dat hoeft niet eens per se binnen een seizoen.
-Wat is jouw favoriete korfbalonderdeel? 😉
De steekpass. Een balletje dat net even niemand ziet. Dat vind ik geweldig! En überhaupt de pass. Ik geloof er heilig in dat een goede pass meer is dan een halve goal. Zowel in timing als qua hardheid.
-En tot slot: wat moeten onze leden en supporters écht over jou weten?
Hmm... Ik kijk de eerste weken/maanden graag de kat uit de boom, maar spreek me gerust aan als je wat wil weten. Dat mag altijd, gezellig! En tegen de tijd dat ik een beetje door heb hoe de verhoudingen liggen, zul je merken dat ik wel wat humor heb en best vriendelijk ben. Althans, dat hoop ik, haha.